TOOROP J.TH.(JAN)

De baai van Lynmouth

Olieverf/doek:  36 x 46 cm            1888

Rechtsonder dit schilderij heeft Jan Toorop geschreven: ‘à mon ami Jules’ duidend op zijn goede vriend en verzamelaar Jules Cordeweener en op de volgde regel gesigneerd “J. Toorop”.  Toen in 1886 Jan met zijn geliefde Annie Hall trouwde in de Anglicaanse kerk te Croydon was Jules Cordeweener getuige.

In 1887 werd Toorop ernstig ziek (een niet goed behandelde geslachtsziekte). Zo ernstig ziek dat hij nauwelijks meer kon zien en opgenomen moest worden in het St. Pietershospitaal te Brussel. Hoewel hij kort daarop genezen werd verklaard en hij zijn gezichtsvermogen weer terug had, hield hij er voor de rest van zijn leven er een slepend been aan over en was niet zelden zonder pijn. Om volledig op krachten te komen, vertrok het echtpaar terug naar Engeland waar Toorop weer aan het werk ging. Zij verbleven o.a. aan de zuidwestkust waar de baai en het plaatsje Lynmouth in het graafschap Devonshire grote indruk op de kunstenaar gemaakt moeten hebben. Door de omliggende rotsen werd het gebied destijds “Klein Zwitserland ”genoemd.

Wat ‘De Baai van Lynmouth’ betreft, is het niet moeilijk vast te stellen dat de locatie die van Lynmouth is, in tegenstelling tot een eerdere titel waarbij gedacht werd dat het een gezicht op het eiland White betrof. De andere titel was “Kalme zee” gaat precisering uit de weg.   Verschillende elementen op het schilderij vertonen veel overeenkomsten met de heersende kleurentheorieën zoals die van Seurat: op de vissersboot gebruikte Toorop oranje, donkerblauw en violet in onvermengde kleuren naast elkaar voor de schaduwkant en lichtblauw en oranje voor de lichte. Het schilderij is niet anekdotisch. De sfeer van de baai is de essentie. Met de afwisseling van korte streepjes in het water en het landschap en de langere schuine streepjes in de rotsen en de lucht wordt een vibrerend en hoogzomers effect bereikt.

In een dagboeknotitie van 1887 laat Toorop nog eens duidelijk weten wat hij van de pointillistische doctrine vond en van de kritiek die de ‘Vingtistes’ (leden van kunstenaarsgroep “Les Vingts”) soms te verduren kregen: ‘Men moet niet te veel letten op de wijze, waarop ieder individu zijn werk uitbeeldt, op de manier waarop ieder zijn kleuren gebruikt, hetzij gemengd, hetzij met zachte contrasten, hetzij met sterke zuivere complementaire kleuren; het is mij allemaal om het even. Ik word er niet zoo kriebelig en kittig door, als sommige onder critici wel eens! Laat zoo’n kunstproduct toch eerst op ons inwerken. Cijfer je eigen persoonlijkheid weg zoveel je kunt en tracht te voelen, buiten alle techniek om, of zoo’n kunstwerk je iets doet of zegt’. Een betere aanbeveling van de kunstenaar zelf om op die wijze naar ‘De Baai van Lynmouth’ te kijken is er niet.

In 1898 schreef Ph.Zilcken in een artikel in Esevier’s maandblad tien jaar na het ontstaan van het schilderij:” ‘De eerste werken die [Toorop] hier [Lynmouth] buiten maakte, meende hij door de tegenstelling van zuiver, onverdeeld geel, blauwgroen en rood zeer sterk van kleur te maken; verwonderd was hij toen hij die integendeel zeer blank en teer van toon vond. Een der mooiste, de Baay van Linmouth is in het bezit van den heer Cordeweener te Brussel’