BOUDIN E. (EUGENE)

Anvers, gros temps sur L’Escaut

Olieverf/doek: 54 x 74,3 cm

De haven van Antwerpen, zwaar weer op de Schelde. De witte kopjes op de golven, de bolle zeilen, de wolken, verscheurd door een vlagerige wind, en als kleurig accent de verwaaide Belgische vlag op het grootste schip, suggereren meesterlijk de ruwe weersomstandigheden. De snelheid waarmee de schepen kriskras door elkaar op de haven afvaren is voelbaar in dit dynamische schilderij van de Franse schilder Eugene Boudin (1824 – 1898).

Het zijn de laatste jaren van de zeilvaart. In de jaren ‘70 van de negentiende eeuw, toen Boudin dit schilderij maakte, werd al een groot deel van het vrachtvervoer per stoomschip gedaan. Boudin heeft die moderne tijd zorgvuldig buiten beeld gelaten; het schilderij had ook in de zeventiende eeuw gedateerd kunnen worden. Hij eert daarmee zijn voorgangers, de Nederlandse schilders van water en lucht, zoals Willem van der Velde en Jan van Goyen. De indrukwekkende wolkenhemel, die het grootste deel van het schilderij in beslag neemt, herinnert direct aan de Hollandse zeventiende eeuw.

De zee was Boudins natuurlijke element. Hij groeide op in Honfleur, een havenstadje aan de Normandische kust, als zoon van een kapitein. Als jongen al voer hij mee op het schip van zijn vader en leerde zo de kusten van Europa kennen.

Boudin is nooit opgeleid als schilder. Hij werd lijstenmaker en handelaar in schildersmateriaal in zijn geboortestreek. Zijn klanten waren onder anderen de kunstenaars Jean-François Millet en Gustave Courbet, die hem op het idee brachten zelf schilder te worden. Om het vak te leren ging hij naar het Louvre in Parijs om daar de oude meesters te kopiëren. Daar ook ging hij om met de schilders van de School van Barbizon die als eersten hun atelier verlieten om buiten rechtstreeks naar de natuur te gaan schilderen. In 1849 reisde hij voor het eerst naar België. Daar zag hij het werk van Nederlandse kunstenaars, zoals Jacob van Ruysdael en Willem van de Velde.

Boudin vestigde zich in zijn geboortestreek en begon steeds meer naam te maken als schilder van strand en zee. Hij werkte als een van de eerste Franse landschapsschilders in de open lucht. Boudin vond dat “de tijd van de romantici voorbij was. Voortaan moeten we de eenvoudige schoonheid van de natuur zoeken… de natuur zoals die werkelijk is in al haar verscheidenheid en ongereptheid“. Zijn werk slaat daarmee een brug tussen de romantische en naturalistische kunst van de eerste helft van de negentiende eeuw en het impressionisme. Zijn invloed op die laatste stroming was ook op een andere manier groot. In 1858 ontmoette hij in Normandië de veel jongere schilder Claude Monet die hij aanraadde buiten te gaan schilderen. Belangrijk voor Boudin was ook zijn vriendschap met de Nederlandse schilder Johan Barthold Jongkind. De drie schilders trokken veel met elkaar op en schilderden samen aan de Normandische kust.

Op uitnodiging van een Belgische kunsthandelaar, maar ook op de vlucht voor de Frans-Duitse oorlog, verbleef Boudin in 1870-1871 in België en schilderde er havengezichten in Antwerpen en Brussel, waaronder ook dit schilderij. In de jaren daarna bezocht Boudin, op aanraden van zijn vriend Jongkind, ook Nederland regelmatig. Hij schilderde onder meer in Dordrecht, Rotterdam en Scheveningen.