Waar je geld veilig is in deze woelige wereld
OOSTERBEEK - Nog nooit had de Oosterbeeks kunsthandelaar Albricht zo'n kostbaar stuk in huis: een Domela Nieuwenhuis van ruim 1,3 miljoen. Grote kans dat hij het op de TEFAF gaat verkopen. Want wie verstandig wil beleggen, koopt kunst. Soms tegen elke prijs.Bob Albricht, met links de César Domela Nieuwenhuis en rechts de Jan Toorop waarmee hij naar TEFAF gaat.
De internationale kunstwereld heeft zich de afgelopen dagen behaaglijk gewarmd aan de recordprijzen waarvoor de kunstcollectie van wijlen modekoning Yves Saint Laurent is geveild. Zeker twee soorten mensen slapen beter van het astronomische eindbedrag van 374 miljoen euro dat in Parijs bijeen werd gehamerd: bezitters van 19e- en 20e-eeuwse topkunst én handelaren in dat segment van de markt.
Want als er na deze week iets vaststaat, is het wel dat kunst van naam en faam zich van kredietcrisis noch recessie veel lijkt aan te trekken. Hier geen dalende koersen en verdampende vermogens, de prijzen blijven stijgen en het einde is nog niet in zicht.
Tot de goede slapers behoort ongetwijfeld ook Bob Albricht van Kunstgalerij Albricht in Oosterbeek, die wordt gerekend tot de belangrijkste handelaren in Nederland op het gebied van de Hollandse schilderkunst uit de 19e en vroeg-20e eeuw. Albricht is een van de circa veertig Nederlanders – en de enige Gelderlander – die mogen deelnemen aan de TEFAF, 's werelds meest vooraanstaande kunst- en antiekbeurs, van 13 tot en met 22 maart in Maastricht.
En hij heeft er zin in, zeker na de jubelberichten uit Parijs. Want, zo is voor hem nu wel zeker, in Limburg is het weer goed zaken doen. Kunstgalerij Albricht brengt op de TEFAF, waar zij voor de zesentwintigste keer deelneemt, enkele tientallen werken in, vooral Hollandse impressionisten en romantici. Maar er worden ook modernisten aangeboden. Pronkstuk is een abstract doek van César Domela Nieuwenhuis, geschilderd in de Stijl-traditie, zoals we die kennen van Piet Mondriaan en Theo van Doesburg. Het schilderij uit 1926, aangekocht uit Zwitsers privé-bezit, moet ruim 1,3 miljoen euro opbrengen en is daarmee het duurste werk dat hij ooit op de markt heeft gebracht. Er zijn ook andere kostbare doeken, zoals een Jan Toorop (1910) die drie ton moet kosten en een Cornelis Springer (1840) waarvoor 350.000 euro mag worden neergeteld.
De rijken der aarde die in Parijs aan de haal gingen met Mondriaans, Brancusi's, Picasso's en Matisses, zullen over twee weken ook met hun privé-jets op Maastricht Airport landen. Om zich daar te ontfermen over het allerbeste en allerduurste wat er op dit moment op de wereld te koop is. En misschien ook wel over Albrichts Domela Nieuwenhuis of Toorop.
Sinds Bob Albricht (36) de dagelijkse leiding over de kunsthandel van zijn vader overnam, vijf jaar geleden, heeft hij het publiek op de TEFAF zien veranderen. Het zijn weliswaar nog steeds de gefortuneerdsten die er hun boodschappen komen doen, maar ze komen nu ook uit andere landen. Chinezen, Koreanen, Zuid-Amerikanen en Russen rukken op, Amerikanen en West-Europeanen nemen genoegen met een bescheidener rol. "Amerikanen hebben een groot probleem nu, maar niet allemaal. De categorie zeer vermogenden laat zich door de crisis niet van de wijs brengen, maar de mensen die daar onder zitten, de 'gewone rijken', wel. De dames die met hun interior designer de beurs afstropen op zoek naar schilderijen die goed bij de kleur van het behang passen, zullen we niet zo vaak zien dit jaar."
Wie Albricht mogelijk ook niet snel meer op de beurs zal ontmoeten is de Italiaanse premier Silvio Berlusconi, die vorig jaar zomaar in zijn stand kwam neuzen. Hij bekeek een Van Gogh, maar vloog uiteindelijk naar huis met een groot en kleurrijk doek van Albrichts buurman. Albricht: "Hij was heel eerlijk. Hij bekende dat hij eigenlijk geen verstand had van Hollandse schilderkunst, alleen van Hollands voetbal."