Albricht

Schilderachtige taferelen in het Gelderse Oosterbeek

Het Gelderse dorp Oosterbeek is van origine een kunstenaarsdorp. Al in de zeventiende eeuw streken hier Hollandse landschapschilders neer om de prachtige vergezichten vast te leggen op hun schilderslinnen. Hier zou ook de basis gelegd worden voor de latere ‘Haagse School'.


Oosterbeek ligt aan de Veluwezoom, letterlijk. Aan de rand van het dorp loopt het landschap stijl naar beneden, naar de Neder-Rijn, waarachter zich weer het vlakke Hollandse landschap ontrolt. Lang geleden schoof een groot ijskleed de aarde op, tot aan waar nu de Rijn loopt. Door dit natuurgeweld duizenden jaren geleden is hier een prachtig stukje Nederland ontstaan, met glooiende heuvels en uit de aarde ontspringende bronnen.

In 1998 streek Peter Albricht neer in Oosterbeek. Kunstgalerij Albricht, op dat moment vijfentwintig jaar bestaand, had 20 jaar in Arnhem gezeteld. Na een paar jaar vanuit zijn villa in Velp gewerkt te hebben, liet hij zijn oog vallen op een neo-renaissance bouwwerk in Oosterbeek, dat van 1866 tot 1928 dienst deed als gemeentehuis. Het is een bijzondere plek, zowel het historische pand als de locatie Oosterbeek. Het aloude kunstenaarsdorp wordt ook wel het Gelderse Barbizon genoemd, in navolging van het Franse schildersdorp ten zuiden van Parijs, waar schilders voor het eerst ‘en plein air' gingen werken. Een aantal van de prachtige landschapswerken die hier ruim honderd jaar geleden geschilderd werden zijn terug te vinden in de collectie van Albricht. ‘Schilders als Bilders, Gabriël, Maris en Weissenbruch hebben hier wellicht door het toenmalige gemeentehuis gelopen. Dat vind ik een fascinerende gedachte.'

In de negentiende eeuw volgden Duitse romantische schilders de Rijn naar Oosterbeek. Daar vervaagden hun romantische gevoelens en lieten zij zich inspireren door het oeuvre van zeventiende eeuwse panoramaschilders als Jan van Goyen (1596-1656) en Salomon van Ruysdael (1600-1670).

Zij trokken wat betreft stijl toe naar de traditionele landschapsschilders. In de zeventiende eeuw trokken schilders er op uit om schetsen te maken van de omgeving, maar pas in hun atelier werkten zij deze uit. In de negentiende eeuw daarentegen zetten de kunstenaars hun schildersezel daadwerkelijk in het veld op, om direct de omgeving op linnen te zetten. In deze tijd ontstonden ook de ‘schilderpaden', die dwars door Oosterbeek langs de mooiste plekken en panorama's leidden. Deze paden zijn er nog steeds, en vader en zoon Albricht laten ons graag de locaties zien waar de kunstwerken veelal ontstonden.

Hoge luchten
Wat er hangt in de galerie is indrukwekkend. Bob Albricht vertelt gepassioneerd maar geduldig over de verschillende technieken en stijlen. Vader Albricht kijkt af en toe met trots naar zijn zoon, die zijn passie voor kunst met hem deelt, maar ook al veel van zijn kennis. ‘Ik heb het met de paplepel ingegoten gekregen.' Bob wijst op het werk ‘Negerin met rode hoed' van Jan Sluijters (1881-1957). ‘Dat monumentale naakt hing vroeger thuis naast mijn kamer.' We lopen langs romantische, impressionistische en gepointilleerde werken. Stuk voor stuk indrukwekkend, evenals het gevoel omringt te zijn door meesters als Mesdag, Israels, Sluijters, Gestel en anderen.

Vanuit kunsthandel Albricht gaan we op weg naar het –vermoedelijk- oudste kerkje van Nederland, uit de elfde eeuw. We passeren Villa ‘Grada' waar Maria Vos (1824-1906), samen met de bloemenschilderes Adriana Haanen (1914-1895), tot haar dood woonde. Zij maakte faam met prachtige, gedetailleerde stillevens, waarvan we een voorbeeld zagen bij Albricht. We rijden langs de monumentale gemeentelijke begraafplaats, waar de schildersechtparen Bilders en Münninghoff begraven liggen, evenals de kunstenaar Jacob van Lennep. Via De Zomp, waar dankzij waterbronnen zeldzame vogelsoorten als de ijsvogel zich nestelen, bereiken we het kerkje.

Als we vanaf de parkeerplaats om Romaanse kerkje kerk heen zijn gelopen, zien we meteen wat de schilders geïnspireerd moet hebben. Over de uiterwaarden heen zien we de Rijn ver onder ons door het landschap lopen. We zien de ‘hoge luchten' –kenmerkend voor de latere Haagse school- met prachtige wolkenlagen. Het groen van de weilanden wordt onderbroken door verschillende bossages, waartegen de kleuren van de kerkelijke moestuin scherp afsteken. Oranje pompoenen, kleurige heesters en blauwe bloemen van kruiden geven onwerkelijke contrasten. De geur van lavendel roept weer directe associaties op met ‘het Gelderse Barbizon'.

Maecenas
De verschillende bronnen die in Oosterbeek voor prachtige tafereeltjes zorgen, met overhangende treurwilgen en wilde grasranden, doen water over de wandelpaden stromen. Vandaar dat sommige stukken van de schilderspaden overdekt worden door houten plankiers. Wij gaan langzaam richting landgoed De Hemelsche Berg. Een robuust na-oorlogs pand staat op de plaats waar ooit een prachtig landhuis stond. ‘In 1848 kocht Jan Kneppelhout dit landgoed. Het landhuis dat hier stond is in de oorlog verwoest, helaas. Maar de bewoner heeft veel gedaan voor de ontwikkeling van schilderkunst.' Het landgoed van dichter/schrijver Jan Kneppelhout fungeerde als een sociëteit voor kunstenaars. Hij wilde kunstenaars van zijn tijd inspireren en stimuleren en steunde hen daartoe ook financieel. Aan de voet van De Hemelsche Berg zien we verschillende negentiende eeuwse buitenplaatsen. ‘Villa Rosenhage werd bewoond door het echtpaar Bilders. Kneppelhout bood hen de mogelijkheid hier te wonen en zich te concentreren op hun kunst.'

De Westerbouwing heeft een terras op het hoogste punt van Oosterbeek. Vanaf dit punt zien we stroomopwaarts, langs de Rijn, Arnhem liggen. De toren van de Eusibiuskerk is duidelijk herkenbaar. ‘Ook hier hebben natuurlijk veel schilders hun ezels neergezet. Wij hebben een werk van Louis Apol (1850-1936) gehad, ‘Gezicht op Arnhem', waarop je ook vanuit deze hoek de kerk ziet liggen. Maar dan zo'n honderd jaar geleden.'

Topstuk
We lunchen op landgoed ‘Groot Warnsborn'. De oprijlaan slingert zich tussen de bomen naar enkele witte gebouwen. Hier bevindt zich ook het restaurant, waar vader en zoon Albricht specifiek om een plek in de serre gevraagd hebben. Bij binnenkomst is meteen duidelijk waarom. Vanuit de serre ontrolt zich een groen tapijt met waterpartij, geflankeerd door bomen en bosjes. De gelaagdheid doet denken aan oude toneelcoulissen. ‘Als je hier 's avonds zit, zakt de zon langzaam over dit landschap. Je krijgt prachtig licht op die bomen en de schaduwen zie je over het gras glijden,' vertelt de jonge Albricht, die hier enkele maanden geleden ook zijn bruiloft vierde. We lunchen niet te uitgebreid, met soepen en heerlijke maaltijdsalades, om nog op tijd bij het Kröller-Müller Museum op de ‘Hoge Veluwe' te kunnen zijn.

Al dertig jaar zit Peter Albricht in de kunsthandel. Het vijfentwintig jarig jubileum werd groots gevierd in ‘Het Slot Zeist'. Bijna tienduizend bezoekers bekeken het romantisch, impressionistisch en klassiek-modern werk van onder andere Schelfhout, Israels, Sluijters en Toorp. ‘Het werk ‘De Herfstboom' van Leo Gestel werd verkocht voor 1 miljoen gulden. Dat was de eerste keer dat er zo'n bedrag betaald werd voor Gestel.' De Albrichts zijn trots dat zij hebben kunnen bijdragen aan –toendertijd- een record. Maar de liefde voor kunst gaat voor. We komen bij het stokpaardje van Peter Albricht terecht: fiscale aftrekbaarheid van kunst bij aankoop door particuliere verzamelaars. ‘Kunst moet gekoesterd worden, het is ons nationaal erfgoed en het leert ons over ons eigen verleden. Momenteel vliegen onze nationale kunstschatten massaal naar de andere kant van de oceaan, mede door de ongunstige fiscale regels in ons land. Er wordt per jaar voor € 286 miljoen meer uitgevoerd dan ingevoerd.' Een aantal jaren geleden stond Peter Albricht zelf voor zo'n dilemma toen er meerdere biedingen waren op een werk van Mesdag. Het Amsterdamse Scheepvaart museum wilde ‘Klaar voor vertrek' graag aankopen, maar had minder te besteden dan een buitenlandse bieder. Albricht koos voor het museum. Het is nu het topstuk van de collectie. ‘Het gaat niet om de prijs een kunstwerk, maar altijd om de waarde,' vat Albricht zijn keuze samen.

De Hoge Veluwe
Rijdend door het Nationaalpark de Hoge Veluwe, blijken zowel vader als zoon Albricht grote bewonderaars van Vincent van Gogh te zijn. De kunstgalerij heeft in de loop der jaren negen werken van Van Gogh in de collectie gehad. ‘Hij heeft zoveel betekend voor de kunst. Alles en iedereen wat na hem kwam heeft van hem geleerd en is door hem geïnspireerd.' Licht, lucht en toetsen komen aan bod. Beide heren zijn zo lovend over de Hollandse meester, dat ik niet kan wachten om samen met hen Van Goghs werk in het Kröller-Müller Museum te zien. Wederom weten de Albrichts hun kennis boeiend en met passie over te brengen, en maken het bezoek tot een bijzondere ervaring. Als we na het sluiten van het museum terug rijden, is het licht veranderd. De zandverstuivingen weerkaatsen het licht terwijl het onder de bosjes rond vennetjes donken blijft. We drinken nog een glas wijn in de expositieruimte van Kunstgalerij Albricht. Na een dag in deze omgeving denk ik sommige schilderijen te herkennen. Waarschijnlijk klopt het niet, maar de sfeer van de kunstwerken wordt zeker versterkt het prachtige Oosterbeek en de omgeving.

Kunstgalerij Albricht, Utrechtseweg 107, Oosterbeek, 026-3611876, www.albricht.nl

Landgoed Groot Warnsborn, Bakenbergseweg 277, Arnhem, 026-445 57 51, www.grootwarnsborn.nl
Kröller-Müller Museum, Houtkampseweg 6, Otterlo, 0318-591 241, www.kmm.nl