Kunstgalerij Albricht 30 jaar
'Onvervangbare kunst moet in Nederland blijven'Een gesprek met vader en zoon Albricht, gepassioneerde kunsthandelaars.
In het karakteristieke kunstenaarsdorp Oosterbeek presenteren zij hun fascinerende verzameling werken van veelal Hollandse meesters. Kunstwerken, behorend tot het nationaal erfgoed, die als de overheid niet ingrijpt, weleens voorgoed naar het buitenland zouden kunnen verdwijnen. “Een Van Gogh hoort in Amsterdam of Otterlo thuis, niet in New York.”
‘Het Huys te Oosterbeek', het domicilie van Kunstgalerij Albricht, is werkelijk prachtig. Het rijksmonument uit 1866, geheel in neo-renaissancestijl, was van 1866 tot 1928 het gemeentehuis van de gemeente Renkum, waartoe Oosterbeek behoort. Oosterbeek is een oud kunstenaarsdorp, panoramisch gelegen aan de Rijn bij Arnhem, waar in de tweede helft van de negentiende eeuw beroemde schilders woonden. Schilders waarvan nu werken hangen in de galerij en die waarschijnlijk zelf ooit in het voormalig gemeentehuis zijn geweest, voor een paspoort, huwelijk of geboorteaangifte. “Als ze er niet binnen zijn geweest, zijn ze er vast met schildersezel en veldkist langsgelopen”, vermoeden Peter (64) en Bob (31) Albricht. Een jaar geleden namen zij hun intrek in het prominente pand. Vader en zoon hadden daarvoor twee jaar nodig om het historisch bouwwerk te restaureren en in oude luister te herstellen.
Kijken of zien?
De doeken, voornamelijk negentiende-eeuws en vroeg twintigste-eeuws werk van gerenommeerde Hollandse meesters, komen in de vier tentoonstellingszalen en het ‘koetshuys' van het monumentale onderkomen optimaal tot hun recht. Ter ere van het dertigjarig bestaan van de galerij, vindt deze maand een speciale, ‘oogstrelende' verkooptentoonstelling plaats, met als titel ‘Kijken en Zien'. “Tussen kijken en zien zit een groot verschil”, legt Peter uit. “Kijken doet en kan iedereen. Maar zien verlangt kijkervaring en kritisch vermogen. We bekijken veel schilderijen, maar er zijn er weinig die het zien waard zijn. De serieuze kunsthandel fungeert als zeef en maakt als het ware een voorselectie.” Zo ook kunstgalerij Albricht, reeds drie decennia en met succes.
En dat terwijl vader en moeder Albricht voor hun zoon Peter een bestaan in de kunstwereld niet zagen zitten. “Kunst was armoede volgens mijn ouders”, aldus Peter, die besloot naast z'n HBS-studie toch studies aan de Kunstacademie te volgen. Als fervent bezoeker van veilingen ging hij regelmatig met doeken onder de arm naar huis. Langzaam breidde de collectie zich uit en verkocht Peter ook het een en ander. Gaandeweg ontwikkelde zich het idee voor een eigen kunsthandel. “Op een gegeven moment kocht en verkocht ik zoveel dat ik besloot - nu dus dertig jaar geleden - toch maar een BTW-nummer aan te vragen”, lacht de kunstexpert, die naast kunsthandelaar ook register-makelaar en beëdigd taxateur van Hollandse schilderkunst is.
Inmiddels geniet de galerij internationaal bekendheid en weet een uitgebreid scala van kunstliefhebbers de weg naar het oude kunstenaarsdorp te vinden. De top van het bedrijfsleven, leden van raden van bestuur en politici zijn vaste klant. Niet voor niets is de kunstgalerij reeds achttien jaar deelnemer aan The European Fine Art Fair (Tefaf), Europa's meest prestigieuze kunstbeurs in Maastricht.
Interessante investering
Kunstgalerij Albricht bestaat dan wel 30 jaar, niet alle galeries is een lang leven beschoren. “Het kan moeilijk zijn om je staande te houden. Ik heb ook recessies meegemaakt. Tijdens de oliecrisis bijvoorbeeld”, vertelt Peter, eraan toevoegend dat de invoering van de euro - net als in zoveel branches - ook in de kunstwereld veel teweeg heeft gebracht met de prijzen van kunstwerken. “Prijzen van kunst vertonen door de eeuwen heen een stijgende trend, doordat er sprake is van een gestaag toenemende vraag tegenover een gefixeerd aanbod. Topstukken zijn zeldzaam. Daarom is de aanschaf van een werk als investering ook veilig en solide. Vroeg of laat is de vermogensgroei gegarandeerd. Die winst is voor particulieren ook nog eens belastingvrij en valt buiten Box III, dus geen 1,2 procent vermogensrendementheffing. Dat maakt het investeren in kunst extra aantrekkelijk. Met kunst is het dubbel genieten: het kijkgenot als het aan de muur hangt en de waardevermeerdering op termijn” doceert de kunstexpert.
Niettemin vinden vader en zoon dat het kopen van kunst nog meer gestimuleerd zou moeten worden. “De BTW op werken is veel te hoog. Het zou nog aantrekkelijker moeten zijn voor particulieren om kunst aan te schaffen. Bijvoorbeeld door de aankoop fiscaal aftrekbaar te maken. Nu verdwijnt veel zeldzame Nederlandse kunst naar het buitenland. Die kunstwerken komen ook niet meer terug. Weg is weg. En dat is onacceptabel”, vinden ze. Een aanmoedigingspremie in de vorm van fiscaal voordeel voor mensen die kunst kopen in plaats van bijvoorbeeld aandelen, zien ze graag in het leven geroepen. “We moeten ons nationaal erfgoed beschermen. Jaarlijks wordt voor 300 miljoen euro meer aan kunst binnen de EU uitgevoerd dan ingevoerd, naar onder andere de VS en Japan. Het moet toch niet zover komen dat straks alle Van Gogh's in New York hangen, in plaats van in Amsterdam of Otterlo? Kunst in Nederland zou meer moeten worden gekoesterd door de Nederlandse overheid.”
De integere kunsthandelaren proberen hun doeken dan ook zoveel mogelijk te verkopen aan Nederlanders, al dan niet woonachtig in het buitenland. Peter: “Soms moet je bewust keuzes maken. Zo waren er eens meerdere gegadigden voor een schilderij van H. W. Mesdag (1831-1915). Zowel het Nederlands Scheepvaartmuseum in Amsterdam als een particulier in het buitenland hadden interesse voor het maritieme meesterwerk. Uiteindelijk hebben we het doek verkocht aan het museum, omdat we vonden dat het daar thuishoorde.”
Zoenende vrouwen
Bob geeft een rondleiding door de galerij, waar de jubileumtentoonstelling ‘Kijken en Zien' is ingericht. Een kritisch samengestelde, hoogwaardige collectie met zeldzame werken van Hollandse en Franse meesters (1850-1925). De toepasselijke negentiende-eeuws ingerichte tentoonstellingszalen vormen een uniek decor voor de romantische, impressionistische (waaronder Haagse School) en klassiek-moderne schilderijen. Opmerkelijk zijn drie enorme doeken van Jan Sluijters (1881-1957). ‘Negerin met rode hoed', ‘Polynesisch naakt' en ‘Dame avec voilette' behorend tot de privé-collectie van Peter, fervent verzamelaar van Sluijters. Bob: “Het zijn drie unieke werken en zeer geliefd. Mijn vader leent ze weleens uit aan musea, maar verder zijn ze nog nooit te zien geweest.”
Tussen de doeken van oer-Hollandse landschappen en taferelen, zijn ook werken van Isaac Israels (1865-1934)vertegenwoordigd. Uniek is dat van ‘ Oppasser met papegaaien in de Haagsche Dierentuin' - Israels woonde tegenover de dierentuin - de provenance is te traceren tot begin1917, toen Israels het schilderde. Ook de aanwezige schilderijen van Paul Gabriël (1828-1903) blijken goed gedocumenteerd.
Op de vraag waarom kunstenaars veelal na overlijden pas erkenning krijgen, antwoordt Bob: “Achteraf blijken schilders die in hun tijd vernieuwend werkten, nu het meest gevraagd en het meest waard. Avant-gardist Sluijters bijvoorbeeld: net als veel Nederlandse kunstenaars woonde en werkte hij een periode in Frankrijk. Het Parijse nachtleven inspireerde hem tot het schilderen van doeken met afbeeldingen van dansende en zoenende vrouwen. In het preutse Nederland kon dat in die tijd echt niet. Daar waren ze toen nog met vrouwtjes aan het spinnewiel bezig.”
Al speurend de wereld rond, weten vader en zoon menig topkunstwerk te bemachtigen. Welke doeken ziet het tweetal nog erg graag in hun collectie opgenomen? “Olieverfschilderijen van Vincent van Gogh (1853-1890) uit z'n Franse periode”, beantwoordt het tweetal de hypothetische vraag resoluut. “Maar die zijn onbetaalbaar. In het Musee d'Orsay in Parijs kunnen we er wel een paar aanwijzen die we graag naar Nederland zouden halen”, filosofeert Bob.
Naast impressionistische en klassiek-moderne schilderkunst wil de galerij op initiatief van Bob in de toekomst ook hedendaagse kunst aanbieden. Het ‘koetshuys', gelegen achter het pand, vormt daarvoor een prima tentoonstellingsruimte. Bob probeert met hedendaags werk ook een jong publiek te interesseren voor kunst. “Maar ook hier moeten we bij de aanschaf kritisch blijven. Er wordt veel gemaakt. Kunst moet wel iets eigens hebben en geen look-a-like zijn. We bevinden ons in het topsegment, dus de kwaliteit staat voorop. Echte kunst heeft eeuwigheidswaarde. Bij elk werk vragen we ons af: wie kijkt er over 100 jaar nog naar? Dat vereist ervaring in de markt. Niettemin gaan we bij de selectie van werken ook op ons gevoel af.”
Liefhebberij en passie
Zoon Bob werkt sinds 1997 met z'n vader samen. Hij groeide op met kunst en het was haast vanzelfsprekend dat ook de toekomst van Bob in dat wereldje lag. Tijdens zijn studie kunstgeschiedenis aan de Groningse Rijksuniversiteit leerde hij de beginselen, nu is z'n vader een goede leermeester.
Een echte taakverdeling hanteren beide heren niet. “Afgezien van het feit dat alleen ik me bezighoudt met de computer en internet, doen we in principe verder alles samen. Wel overleg ik met m'n vader alvorens ik besluit tot aankoop van een kunstwerk.”
“Ik probeer zoveel mogelijk kennis over te dragen aan mijn zoon”, vult Peter aan. “Hij moet de zaak in de toekomst leiden. Tot op heden is kunst voor mij nog elke dag een liefhebberij, een passie. Dus vooralsnog ben ik niet van plan te stoppen.”
“Gelukkig niet”, aldus zoonlief. “Het is leuk om met z'n tweeën te werken. Het is altijd vervelend als hij er eens niet is.”