Albricht

Jubileum-tentoonstelling "kijken en zien"

Wie Albricht zegt, zegt Oosterbeek.
Want immers, sinds Peter en Bob Albricht in 1998 het initiatief genomen hadden tot aankoop en restauratie van het voormalig Raadhuis der Gemeente Renkum (1866-1928), waartoe Oosterbeek behoort, is de naam Albricht aan het voormalige kunstenaarsdorp verbonden. Inmiddels heeft het neo-renaissance bouwwerk, prominent gesitueerd aan de provinciale weg tussen Utrecht en Arnhem, haar oorspronkelijke status en grandeur herkregen. Anno 2003 fungeert het rijksmonument “Het Huys te Oosterbeek” als decorum van de jubileum-tentoonstelling: “KIJKEN EN ZIEN”.

De kritisch samengestelde collectie omvat zeldzame Hollandse en Franse schilderkunst (1850 – 1925) voor fijnproevers. Romantische, impressionistische (w.o. Haagse en Amsterdamse School) alsmede klassiek-moderne schilderijen staan garant voor picturale verrassingen en veel kijkgenot. In vier smaakvol ingerichte 19e eeuwse tentoonstellingszalen en bijbehorend koetshuys ondergaat de kunstminnaar de sensatie van verstilde schoonheid uit vroeger tijden.

En zoals de bezoeker mag verwachten, tracht Kunstgalerij Albricht zich in het jubileumjaar meer dan ooit in kwalitatief opzicht te onderscheiden op het nationale kunstpodium. Gezien de grote diversiteit in aanbod van kunstuitingen, komt het daarbij aan op het maken van keuzes, op kijken en zien. De tentoonstellingstitel suggereert dat er een nuance-verschil in beleving zou bestaan. Immers, kijken naar kunst doen we op z’n tijd allemaal, maar het zien van kunst vereist meer: kennis, ervaring, passie. Emotionele verdieping. Dan komen begrippen als onvervangbaarheid, en misschien zelfs eeuwigheidswaarde in onze gedachten op.

Maar kijken en zien zal ook altijd vragen en discussies blijven oproepen. Niet alleen bij de kijkers, maar primair vooral bij de kunstenaars zelf. Want hoe laat zich anders de veelheid aan individuele stijlen en stromingen verklaren binnen de pluriformiteit van de kunstwereld?
Echter, met alleen kijken, zonder zien, zouden er in de achterliggende eeuwen geen vernieuwende kunstenaars zijn geweest die met pen, potlood en penseel geschiedenis hebben geschreven. Het zijn dan ook de artistieke inzichten van de grote meesters geweest die door de eeuwen heen in het spectrum van vorm, kleur en licht richtinggevend zijn geweest voor hun epigonen en latere generaties kunstenaars.

En zo laat het zich ook verklaren dat thans gerenommeerde plein air schilders als Bilders, Gabriël, Maris, Roelofs, Weissenbruch e.a., in navolging van beroemde voorgangers als Jan van Goyen (1596-1656) en Salomon van Ruysdael (ca. 1600-1670), in de tweede helft van de 19e eeuw in Oosterbeek resideerden.
Zij kwamen uit alle windstreken om te kijken, wat er in Oosterbeek te zien was. Om de schoonheid te ondergaan van de hoge luchten boven het panoramische rivierlandschap van de Rijn. Voorstellingen die zij voordien uitsluitend kenden uit de musea.

De schilderachtige Veluwezoom heeft eeuwenlang als inspiratiebron voor kunstenaars gediend. Met in het hart: het karakteristieke dorp Oosterbeek, dat in de 19e eeuw fungeerde als een tweede Barbizon, het schildersmekka ten zuiden van Parijs. Kunsthistorisch bezien een belangrijk gegeven omdat het 19e eeuwse kunstenaarsexperiment in Oosterbeek de prélude zou zijn op de latere Haagse School.
De schilders van toen waren er, bepakt met veldezel en schilderskist, anno 1866 getuige van dat het eerste Raadhuis der Gemeente Renkum gebouwd werd aan de Utrechtseweg. Een aantal van hen zal welhaast zeker ook binnen zijn geweest. Dat u thans, ruim een eeuw later, tredend in hun voetsporen moge genieten van de jubileum-tentoonstelling “KIJKEN EN ZIEN”, wensen wij u van harte toe.