Speuren naar verassende topstukken
Door Wim van der BeekEr heerst een lichte vorm van ontreddering op de brug over de Paviljoensgracht in Den Haag. Het is winter. In het water wacht een drenkeling die door het ijs is gezakt op redding. Helpende handen worden uitgestoken. Eén van de anonieme helden heeft zich zelfs in het wak gewaagd. ‘Een bang oogenblik' noemde Gerke Henkes het spectaculaire tafereel. Kunstgalerij Albricht brengt het schilderij dat ‘de laatste vertegenwoordiger van de Haagse School' omstreeks 1875 schilderde, als blikvanger op de Art Fair in Den Bosch.
Het gaat om een imposant schilderij, niet alleen vanwege de forse afmetingen maar ook vanwege de adembenemende voorstelling. Opvallend element is dat de mensen op de brug een dwarsdoorsnede vormen van de verschillende sociale klassen die destijds de bevolking van Den Haag vormden. Mensen met hoge hoeden, petten en ijsmutsen verdringen zich op de brug.
“Het sfeervolle schilderij is een momentopname. Een kind dreigt onder het ijs te schieten. Twee mannen die op een bootje staan, proberen de drenkeling te redden. De gebeurtenis speelde zich bijna voor de deur van Henkes' atelier aan het Groenewegje af. Hij zal de situatie daar dus goed gekend hebben. Wellicht heeft hij dit schilderij zelfs werkelijk ‘naar het leven' geschilderd,” licht Bob Albricht toe. Het schilderij van Henkes past perfect in het aanbod van de kunsthandel in Oosterbeek die hij samen met zijn vader Peter Albricht runt.
De nadruk van de Gelderse kunstgalerij ligt op Hollandse schilderkunst uit de negentiende en twintigste eeuw. Wie het spannende tafereel van Henkes bekijkt, zal moeten toegeven: Hollandser kan het bijna niet. Ook Franse schilderkunst behoort tot de specialismen van de kunsthandel. Romantische en impressionistische schilderijen en werk van klassieke modernen staan garant voor ongekende picturale sensaties.
“Wij zijn voortdurend op zoek naar dit soort schilderijen. Het is voor ons een uitdaging om highlights van dit kaliber uit particuliere collecties in binnen- en buitenland op de markt te brengen. Het speuren naar verrassende, onbekende en onverwachte topstukken blijft een enerverende bezigheid. Wat is er mooier dan het ontdekken van een zoekgeraakt of vergeten kunstwerk dat de ontbrekende schakel kan vormen in een collectie of in de beeldvorming over een bepaalde kunstenaar?” benadrukt Bob Albricht.
De jonge kunsthandelaar treedt steeds nadrukkelijker op de voorgrond als woordvoerder van de kunsthandel die zijn achternaam draagt. Verwonderlijk is dat niet. Sinds 1997 is de oudste zoon van Peter Albricht, die al weer ruim 33 jaar professioneel actief is als kunsthandelaar, aan de zaak verbonden. Hij kreeg de passie voor kunst met de paplepel ingegoten. “Ons ouderlijk huis in Velp was een schatkamer,” herinnert hij zich. “Mijn jongere broer en ik fietsten, voetbalden en hockeyden in de gang temidden van enkele Van Gogh's en schilderijen van Jan Sluijters. De zeldzaamheid van deze kunstwerken drong pas later tot mij door.”
Het voormalige gemeentehuis van het oude kunstenaarsdorp Oosterbeek is de thuishaven van Kunstgalerij Albricht. De smaakvol ingerichte tentoonstellingszalen zijn gevuld met schilderijen die de hebzucht van elke liefhebber prikkelen. Jan Sluijters, Isaäc Israels, Louis Apol, Johannes Bilders, Leo Gestel, Otto van Rees, Auguste Herbin en Henri Martin zijn er samen met tientallen geestverwanten en tijdgenoten figuurlijk kind aan huis. Ook buitenshuis is de kunsthandel prominent vertegenwoordigd. Zowel PAN (Amsterdam) en TEFAF (Maastricht) als de Art Fair in Den Bosch behoren tot de podia waarop vader en zoon Albricht zich manifesteren.
“We proberen op deze kunstbeurzen steeds weer iedereen te verrassen met onbekende of verloren gewaande hoogtepunten uit de schilderkunst,” aldus Bob Albricht. “Het Haagse ijsdrama van Gerke Henkes is daar een mooi voorbeeld van. De schilder verbeeldt niet alleen een spannende gebeurtenis maar biedt ons en passant ook een bijzonder document over een oud stukje Den Haag.”